Download als PDF


Agnes Dinkelman, juli 2011, Examens, tijdschrift voor de toetspraktijk nr. 3 – 2011

Over intimidatie, omkoping en ondermijnend gedrag

De examenbranche heeft te maken met toenemende druk die leidt tot intimidatie en fraude. Voor de sector is het belangrijk om de interne situatie tegen het licht te houden. Waar zitten de mogelijkheden om de tendens te keren?

Misstanden

Voeger werd de examinator met respect behandeld. Hij was een belangrijke spil in het proces, hij kweet zich van zijn belangrijke taak en was daar trots op. Wangedrag was nog niet doorgedrongen tot in de examenlokalen. Dat is nu anders. De laatste tijd komen meer misstanden bij examinering voor. Dat intimidatie van surveillanten en examinatoren door kandidaten toeneemt was al langer bekend. Nieuw is de ondermijning van zowel gezag als de examenreglementen. Ook pogingen tot omkoping door zowel kandidaten als docenten/opleiders is nieuw.

Op welke schaal speelt dit zich af? Zijn er hotspots te benoemen? Zijn er terugkerende patronen waar te nemen? En wat zijn de drijfveren van de daders? Welke rol spelen de verschillende actoren in het systeem? Nader onderzoek is nodig om uitsluitsel te geven. De externe factoren zijn nog onvoldoende in kaart gebracht om verantwoord actie te kunnen ondernemen. De examenbranche kan echter wel de interne situatie nauwgezet onder de loep nemen. Want welke mogelijkheden zijn er om wangedrag te ontmoedigen? In dit artikel worden de twee interne factoren ‘Organisatie’ en ’Weerbaarheid’ verkend.

Organisatie

In een open examenstelsel is het van belang dat er sprake is van optimaal functioneren van alle actoren en wel op een zorgvuldige manier afgemeten aan het gelijkheidsbeginsel. Daarvoor is een eenduidige regelgeving van belang die handhaafbaar is door een toezichthouder met gezag. Men moet in de branche weten wat men van elkaar moet en kan verwachten en op welke wijze men elkaar corrigeert als een van de spelers in gebreke blijft. Afwijkingen van de processen en protocollen zijn precies de punten waar wangedrag de ruimte krijgt. Precies hier ontstaat de ad hoc aanpak van situaties, gebrek aan sociale controle en een gebrek aan zelfreinigend vermogen van een organisatie.

Centrale aansturing van de processen kan een goede stap zijn, maar is niet eenvoudig met de vele commercieel zelfstandige exameninstellingen. Als de afstemming van processen en de interpretatie van de invulling van de processtappen uniform en deugdelijk is, is er weinig ruimte voor fraude.

Een samenhangende aanpak van dit thema voor alle betrokken stelselpartners is alleen haalbaar als de focus ligt op stroomlijning van de hoofdprocessen. Een bedrijfsspecifieke inkleuring hoeft geen probleem te zijn zolang het gelijkheidsbeginsel en de integriteit niet worden aangetast. Instellingen moeten vervolgens met elkaar in gesprek blijven over de interpretatie van de processtappen, de regels en de handhaving

Weerbaarheid

De examenbranche kan zelf de weerbaarheid van individuen verbeteren. In diverse workshops hebben Agnes Dinkelman en Ineke Dane groepen surveillanten en leidinggevenden van examenbureaus getraind op weerbaarheid. Ondermijning, omkoping en intimidatie zijn besproken en in kleine groepen zijn ervaringen van deelnemers uitgewisseld.

Intimidatie

Veel surveillanten/examinatoren hebben ervaring met intimidatie, meestal is dat spontane intimidatie waarop zij adequaat kunnen reageren. In geval van teleurstelling en boosheid bij een kandidaat kan de surveillant duidelijk maken dat hij alleen in gesprek wil gaan als de kandidaat hem op een niet-agressieve manier bejegent. Als het om een groep gaat, kan hij de leider eruit pikken en zich op deze persoon richten om tot een gesprek te komen, hem oproepen zijn agressieve gedrag te laten varen en te vertellen wat er aan de hand is. In deze interventies is het belangrijk dat er oogcontact is tussen examinator/surveillant en kandidaat. Vaak bepaalt de kwaliteit van het contact dat de surveillant weet te maken of hij de situatie weet te de-escaleren. Het is belangrijk om de kandidaat uit de anonimiteit te halen door zijn/haar naam te vragen en te gebruiken in het gesprek; of om een hand te geven en je eigen naam te noemen en vervolgens vragen wat er precies speelt. Begrip en respect voor zijn of haar situatie tonen is belangrijk. De kandidaat moet begrijpen dat de surveillant/examinator niet van de opgelegde regels kan afwijken. Dergelijke interventies helpen om de situatie tot aanvaardbare proporties terug te brengen.

Bij vooropgezette intimidatie ligt de situatie natuurlijk fundamenteel anders. De toename van dit soort incidenten vraagt om maatregelen op het gebied van preventie en op het gebied van bescherming van de surveillant. Het is belangrijk dat de branche gaat nadenken over maatregelen die de prikkels voor wangedrag wegnemen. Als de examens niet ter plekke maar op een andere plaats en op een andere tijd worden beoordeeld, wordt de surveillant niet langer gezien als beoordelaar en verdwijnt een van de prikkels om te intimideren. De surveillant/examinator zou in risicogebieden in kleine teams van twee of drie mensen kunnen werken in plaats van alleen. Als de bestrijding van fraude en intimidatie daadwerkelijk een hoge plaats op de agenda inneemt, is dit een aan te bevelen stap.

Omkoping en ondermijnend gedrag Met enige regelmaat komen situaties voor waarin opleiders aan examinatoren geld bieden of de examenruimte zo inrichten dat er makkelijker gefraudeerd kan worden. Het is van belang dat de branche zich buigt over de mores betreffende wangedrag. Het moet duidelijk worden wat er van personeel van exameninstellingen binnen een stelsel verwacht wordt op het moment dat er wangedrag wordt gepleegd.

Daarnaast zou er een meldpunt ingericht kunnen worden dat zich erop toelegt dat meldingen juist worden opgepakt, dat advies geeft over te nemen stappen, trends en cijfers verzamelt, en extern rapporteert. Het is ook een plek waar richtlijnen en beleid ter bestrijding van wangedrag kunnen worden ontwikkeld.